Biografie H.M. Kuitert

H.M.(Harminus Martinus) Kuitert (1924) beleefde een idyllische jeugd in het vooroorlogse gereformeerde Drachten, groeide op in Den Haag en onderging de Tweede Wereldoorlog als onderduiker (en deelnemer aan het verzet) in de stad Utrecht. Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam begon hij zijn loopbaan in 1950 als dorpspredikant op Schouwen-Duiveland (waar hij de watersnood van 1953 meemaakte), werkte daarna tien jaar als studentenpastor te Amsterdam (UvA).

In 1965 werd hij benoemd tot hoofdmedewerker van zijn leermeester G.C.Berkouwer, bij wie hij in 1962 cum laude was gepromoveerd op een proefschrift getiteld De mensvormigheid Gods. In 1967 volgde zijn benoeming tot hoogleraar aan deze faculteit, met als leeropdracht ethiek en inleiding in de dogmatiek. Hij kon duidelijk maken dat gelovigen wel een groepsmoraal erop na houden, maar geen eigen entree hebben tot kennis van goed en kwaad. Hij publiceerde op het terrein van de medisch-ethische problemen (filosofie van het medisch handelen, euthanasie, suïcide), en was naast een aantal andere adviesorganen jaren lang lid van de Gezondheidsraad (enkele jaren als lid van het presidium).

Na zijn emeritaat (1989) ontdekte hij dat zijn aandacht voor de medisch-ethische kwesties hem van de theologie hadden afgehouden, en begon hij aan een inhaalslag op dat terrein. Aanknopende bij de fundamentele regel: alles wat wij over boven zeggen komt van beneden, ook als we zeggen dat het van boven komt (onder woorden gebracht in Zonder geloof vaart niemand wel, 1974) begon hij in met het inventariseren van wat het christelijk geloof aan heikele thema's te bieden heeft (in Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, 1992).

Vervolgens ging hij door op How do you know? Een vraag die hij aan de orde had gesteld in Wat heet geloven? (1977). Zijn oeuvre laat zich lezen als een stap voor stap voortschrijdende zoektocht naar een antwoord op de vraag: wat zijn de christelijke geloofsvoorstellingen waard, als het om kennis gaat, en zijn ze wel 'van kennis'? Het voorlopige einde van de tocht staat beschreven in Hetzelfde anders zien, Het christelijk geloof als verbeelding (2005). Eerst waren er mensen en toen God, cultuur en religie is begonnen bij mensen die in termen van verbeelding onder woorden brachten ( = betekenis verleenden) wat uit zichzelf geen betekenis meebrengt. Geloofsvoorstellingen zijn, wat hun makelij betreft 'van verbeelding' en geen waarheden: alleen als verbeelding werken ze.

Reeds in Voor een tijd een plaats van God (2002) krijgt de mens, de verbeelder, de zinverlener, bij hem dan ook een andere plaats dan de christelijke traditie hem gunde. In den beginne was het woord, en wie sprak dat woord? De mens. Bij hem moeten we zijn om te ontdekken wat onze wereld draagt: uiteindelijk het Woord achter en in alle onze betekenis verlenende woorden, het 'oerwoord': waar is Abel uw broeder?

De behoudende vleugel van de christelijke kerken is bevreesd dat wie 'de lijn van Kuitert' volgt, alles kwijt raakt, ze leest zodoende over de nieuwe inzet heen: de unieke positie van de mens in het heelal. Of zouden behoudende gelovigen terugschrikken voor die rol?

Het tijdschrift VolZin publiceerde in maart 2005 een interview met auteur Harry Kuitert in de serie ‘portretten uit de theologen top-7 van de twintigste eeuw’. Een klein gedeelte van dit interview:

Een diepgelovige godzoeker
Door: Cees Veltman

“Jezus is God niet”, is zo’n uitspraak van Kuitert die mensen doet opschrikken, maar hij onderbouwt het met hoe Jezus zelf over God sprak. Kuitert zegt het ook uit bezorgdheid dat de banden met het jodendom niet worden doorgesneden naarmate een grotere rol aan Jezus wordt toebedeeld. Zo is ook zijn afscheid van een persoonlijke God – een woord dat hij tegenwoordig met een kleine letter schrijft – als schokkend ervaren.

(…)

Kuitert definieert God als een macht die mensen ervaren bij geluksgevoelens en bij de ontdekking afhankelijk te zijn van een groter geheel. Hij wil de christelijke zekerheden niet op de schroothoop gooien, maar betoogt dat we bevestiging vanuit eigen ervaring nodig hebben om met die zekerheden te kunnen leven.

(…)

How do you know? Dat is de vraag die de Kampense ethica Lieke Werkman het meest is bijgebleven van haar studie bij Nederlands bestverkopende theoloog. (…) “How do you know, dat was typerend voor de manier waarop hij theologen opleidde. Je moet je verantwoorden voor wat je zegt. Maar ‘Alle spreken over boven komt van beneden’, is inderdaad zijn beroemdste uitspraak. In de jaren tachtig dat ik bij hem studeerde, bepaalde hij de discussie bij de VU. (…)
Hij dwong je kritisch te zijn. Zij knapste boek vind ik Wat heet Geloven, uit 1975, daarin vind je begrippen als ‘de theologie als zoekontwerp’ en ‘alle spreken over boven komt van beneden’ al terug. Daarin zet hij zich af tegen Barth die volgens hem geen overtuigend antwoord geeft op de how do you know- vraag. Bij Barth begint alles bij God die zichzelf openbaart aan de mensen. Kuitert begint bij de mens.”

(…)

Werkman: “Ondanks al zijn twijfels ontmoet je in zijn boeken toch een diepgelovige man. Dat zie je aan de prachtig gevonden motto’s en gedichten die hij boven hoofdstukken in zijn boeken zet. Daar zit een mystieke spirituele laag in.”

(…)

Kuitert vraagt zich in zijn boeken steeds af wat nog houdbaar is in het christendom. Wil hij het geloof salonfähig maken voor agnosten? Werkman: “Hij schrijft inderdaad ook voor mensen die geen geloofsballast kennen, maar ik denk dat je die kerkelijke tradities wel degelijk nodig hebt om over te houden wat Kuitert overhoudt. Dus ik weet niet of zij er veel aan hebben.”

(…)

En wat nu verder? Werkman: “Misschien lost hij nog een oude belofte in en schrijft hij ook eens een roman.”

Meer informatie over het tijdschrift VolZin kunt u vinden op www.volzin.nl.




CONTACT

Uitgeverij Ten Have
Postbus 13288
3507 LG Utrecht
Telefoon: 088-7002600
info@uitgeverijtenhave.nl
www.uitgeverijtenhave.nl

Uitgeverij Ten Have